Topturner Epke Zonderland:
‘Mijn geloof in God beïnvloedt mijn kijk op het leven en sport’
De 24-jarige Epke Zonderland behoort tot de internationale turntop. Onlangs won hij op de rekstok voor de tweede keer op rij een zilveren medaille bij de wereldkampioenschappen. Nu is hij herstellende van een blessure en traint hij hard
voor komende toernooien en zijn uiteindelijke doel: schitteren op de Olympische Spelen in 2012. Inspiratie Magazine sprak met hem over zijn liefde voor de sport, inspiratie, ambities en geloof. Epke Zonderland heeft een bomvolle agenda. Het heeft dan ook heel wat voeten in de aarde om hem te spreken te krijgen. Trainingsschema’s, toernooien, herstellen en ook nog een studie geneeskunde gaan voor. Dit alles combineren vergt van hem heel wat doorzettingsvermogen, discipline, plannen en toewijding. Uiteindelijk heeft hij gelukkig wel even tijd voor een gesprek. Op het moment van spreken is hij op weg naar ’s-Hertogenbosch om daar te trainen met het nationale team. Maar helemaal geweldig voelt hij zich niet. |
Herstellen
‘Het is wel eens beter met me gegaan’, geeft Epke toe. ‘Voor de Wereldkampioenschappen had ik al last van mijn rug, maar ik redde het redelijk in de aanloop naar het toernooi.’ Uiteindelijk turnde hij gewoon en werd zelfs tweede, net als een jaar eerder in Londen. Een teleurstelling was het niet. ‘Mijn voorbereiding was door die blessure niet optimaal’, legt hij uit. ‘Ik heb me net kunnen kwalificeren voor de finale en dat ik vervolgens een goede oefening neer wist tezetten, daar was ik niet van uitgegaan.’ Na het toernooi kreeg hij echter een terugslag. ‘Mijn lichaam geeft wel aan dat ik nu tijdelijk wat rustiger aan moet doen. Gelukkig kan dat ook. Er zijn de komende tijd geen belangrijke toernooien.’ Dus is het nu een kwestie van herstellen en hard trainen. Er waren deze maand nog drie worldcups, maar al vóór zijn rugblessure had hij besloten daaraan niet mee te doen. ‘Nu kan ik gebruikmaken van een trainingsperiode om de moeilijkheidsgraad van mijn oefeningen omhoog te brengen. Het eerstvolgende internationale toernooi is pas in maart, een worldcup in Parijs. En het toernooi waar ik nu eigenlijk een beetje naar toe werk, is het EK en dat is in april.’ Uiteindelijk doel Maar uiteindelijk draait het allemaal slechts om een ding voor Epke Zonderland: de Olympische Spelen in 2012. ‘Zo’n EK is wel even een richtpunt waar ik nu naar toe werk’, vertelt hij. ‘Maar uiteindelijk draait alles om die Olympische Spelen. In principe moet alles daar ook voor wijken. Als iets niet past in het traject, dan laat ik dat gerust schieten.’ Hij zou graag schitteren op het grootste sportevenement ter wereld. De vorige keer viel hij tijdens de finale en dat kostte hem een medaille. Hij werd zevende. Een van de grootste sportieve teleurstellingen in zijn leven, vertelt hij. ‘Je kunt het nooit zeker weten, maar met dezelfde oefening zonder die val was ik waarschijnlijk verzekerd geweest van een medaille.’ In 2012 kan hij zich gelukkig revancheren. Zou dat een kroon zijn op zijn carrière? ‘Dat kan zeker zo zijn. Het kan echt een hoogtepunt worden. De deelname vorige keer was natuurlijk al fantastisch, maar als ik op de volgende Spelen super presteer dan is dat echt de climax.’ En volgens de jonge Fries behoort een goede prestatie zeker tot de mogelijkheden. ‘Ik ben de laatste twee jaar tweede geworden op de rekstok bij de wereldkampioenschappen, dus dat belooft wel wat. En als je kijkt naar mijn leeftijd: ik ben dan 26, wat wel ongeveer de leeftijd is waarop je aan je top zit als turner. Als ik een keer goed kanpresteren op de Spelen, is het wel op de eerstvolgende.’ Recreatief of topsport
Voor iedere sporter is deelname aan de Olympische Spelen een droom. En hoewel deelname ook voor Zonderland belangrijk is, is winnen dat ook. Om dat te bereiken, moet je veel opgeven. Toch is dat eigenlijk min of meer een natuurlijk proces geweest, blijkt uit de woorden van de turner. ‘Er is niet echt een moment waarop je beslist dat je topsporter wilt worden’, legt Epke uit. ‘Ik ben begonnen met turnen omdat mijn broers en mijn zus dat al deden. Het was wel vrij snel duidelijk dat ik talent had. Op mijn vijfde ging ik naar een andere club om mezelf verder te ontwikkelen en op mijn zesde kwam ik in Heerenveen terecht. Dan begin je op je zesde met drie keer per week trainen, dat bouw je uit naar vier keer, vijf keer… tsja, waar ligt dan de grens tussen gewoon recreatief turnen en topsport?’ ‘Je moet het ervoor over hebben zo vaak te trainen. Ik trainde al op jonge leeftijd iedere dag’, vertelt Zonderland verder. ‘Je vriendjes gaan spelen en jij kunt niet mee omdat je naar de turnhal moet. Dan moet je het wel echt leuk vinden en echt willen.’ Uiteindelijk besluit de jonge Epke Zonderland alles eruit te halen wat erin zit. ‘Vooral omdat ik het steeds leuker begon te vinden’, denkt hij hardop. ‘Dat is zo met sport: hoe verder je komt, hoe mooier het wordt. En je moet natuurlijk die drive hebben om tot de besten van het land te willen behoren. Dan moet je wel elke dag trainen, anders haal je het niet.’ | Steun
De levensstijl van een topsporter vergt veel discipline en is zeker niet gemakkelijk. Gelukkig hoeft Epke het niet helemaal alleen te doen. Volgens de turner is de goede band die hij heeft met zijn familie erg belangrijk. ‘Ze zijn nu allemaal gestopt met turnen. Maar ik heb jarenlang samen met hen getraind. Dat maakt het veel gemakkelijker om het iedere dagte kunnen volhouden. Het is moeilijk dat je vriendjes allemaal andere dingen gaan doen en jij als enige dat niet kunt. Maar zo voelde het bij mij dus niet omdat ik nog twee broers heb die hetzelfde deden.’ Volgens Zonderland maakte dat het een stuk gewoner en gemakkelijker en dat is heel fijn geweest. ‘En nu is het voornamelijk ook de steun die ik van mijn familie krijg’, gaat hij verder. ‘Niet alleen van mijn broers, maar ook van mijn zus en van mijn ouders, die ook hun hele leven lang met de sport bezig zijn geweest. Zij snappen waar ik mee bezig ben en staan altijd klaar voor mij. Daar heb ik veel aan.’ Doet hij het daarom stiekem ook een beetje: voor zijn ouders, zus en broers? ‘Nee, zij doen het juist voor mij’, legt de topturner uit. ‘Zij staan achter me en hebben het beste met me voor omdat ze het mooi vinden voor mij. Natuurlijk is het leuk dat, wanneer ik goed presteer, het de opofferingen waard is geweest. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn ouders. Dat is mooi, maar niet dé motivatie. Mijn doel is toch voornamelijk om het beste uit mezelf te halen. Het is die prikkeling: wat kan ik uit mezelf halen? Ik wil het maximale proberen te bereiken.’ Het maximale probeert hij ook te bereiken naast zijn sportcarrière. Als hij die beëindigt, wil hij namelijk zijn geneeskundestudie afgerond hebben om aan de gang te gaan als arts. ‘De reden daarachter is dat ik het gewoon hartstikke leuk vind’, vertelt hij. ‘Er was geen alternatief voor mij, geen gemakkelijker te combineren studie bijvoorbeeld. Dat heeft met mijn ambities te maken. Wat me vooral erg trok in geneeskunde is dat je als arts direct iets kunt betekenen voor iemand. Dat lijkt me wel heel mooi.’ Rust Die drang om iets te kunnen betekenen voor anderen zou wel eens iets te maken kunnen hebben met zijn achtergrond. Vader en moeder Zonderland hebben hun kinderenkatholiek opgevoed en vóórdat alles in het gezin om turnen draaide, werd de Mis trouw bezocht. Volgens Epke is geloven iets dat altijd een rol blijft spelen. ‘Ik geloof nog steeds in God: ik ben er niet dagelijks heel bewust mee bezig, maar het heeft wel invloed op de manier waarop ik tegen het leven aankijk.’ Ook met betrekking tot de sport heeft hij baat bij zijn geloof. ‘Als het bijvoorbeeld een keer tegenzit in de voorbereiding denk ik wel vaak dat het zo heeft moeten zijn. Misschien is zoiets een leermoment, iets waar je later weer gebruik van kunt maken.’ Deze manier van denken geeft hem rust. ‘Iemand anders blijft misschien erg gefrustreerd na tegenslagen, maar ik kan het op deze manier een plek geven en ik kan vaak wel weer vooruit kijken.’ Dat betekent voor Epke niet dat God letterlijk zijn handen uit zal strekken om hem te helpen bij het turnen. ‘Uiteindelijk moet je het sporten wel zelf doen. Als je niet elke dag hard traint en er alles voor over hebt, is het niet zo dat je God even kunt vragen of Hij je alsjeblieft even wil helpen. Maar als je er alles aan hebt gedaan om goed te presteren en als jij het verdient om een goede prestatie te kunnen leveren, dan gebeurt het ook.’ Volgens Epke ligt succes niet alleen aan hoe hard je traint, maar ook aan hoe je in het leven staat en hoe je met andere mensen omgaat. ‘Heb je het verdiend om zoiets te mogen bereiken?’, is de vraag die hij zichzelf stelt. En het antwoord? ‘Dat is altijd een lastige. Ik doe in ieder geval mijn best.’ Het feit dat hij zo bewust in het leven staat en bezig is met zijn sport geeft volgens hem aan dat hij op de goede weg zit. ‘Dus ja, ik denk wel dat ik het verdien’, zegt hij lachend. Door: Coert van Mourik |
Wonder na handicapParalympisch topatlete Monique van der Vorst (26) won twee keer zilver op de paralympische spelen. Nu loopt ze door het revalidatiecentrum: zonder krukken en zonder rolstoel! "Het is een wonder," zegt Monique: "elke dag beleef ik het opstaan intens: ik sta op mijn benen! Ik loop! Wow, cool." |
Sinds 1998 zat ze in een rolstoel. Tot maart afgelopen jaar. "Ik was me aan het voorbereiden voor het nieuwe seizoen op mijn handbike. Plotseling werd ik aangereden door een wielrenner. Het was op Mallorca," herinnert Monique zich: "Ik hoorde een knal en zag iemand op de grond gaan. Terwijl ik nog in de handbike zat begon ik te trillen. Toen ik op de brancard werd gelegd leek het wel of ik geëlectrocuteerd werd: mijn benen vlogen alle kanten op!" De doktoren vonden geen verklaring. "Maar het ging hard achteruit met me... Ik viel ontzettend af en had een enorme rugpijn. Rechtop zitten kon ik niet meer, " zegt Monique.
Monique had al vaker erge ongelukken meegemaakt. "Ik zat in mijn handbike toen een auto op me inreed. Ik liep een gedeeltelijk dwarslesie op, een whiplash en een hersenkneuzing. Ik lag in een coma en de doktoren dachten dat ik dood zou gaan. Ik had toen een bijzondere ervaring: Ik zag een scherp wit licht en boven me zweefde een mij onbekende, blonde vrouw. Achteraf vond ik het best eng. Dit jaar had ik een bijzondere droom, toen het zo slecht met me ging. Ik zat in een tunnel, op zoek naar de uitgang. Ik zag mijn hele leven aan me voorbij trekken. Heftig!" vertelt Monique: "Blijkbaar beschik ik over een oergevoel dat me zelfs mijn benen heeft teruggegeven. Het blijft onverklaarbaar." Na dat laatste ongeluk, op Mallorca, dit jaar, kreeg Monique weer macht over haar benen. "Ik lag op bed en plotseling kreeg ik allemaal schokjes. Alsof ik met kogeltjes werd beschoten. Plotseling voelde ik tintelingen in mijn voet. Dat was raar: want in mijn beleving bestonden mijn benen niet meer. Het was een wedergeboorte: ik kroop over de vloer en benoemde alles: tafel, stoel. Ik was ver weggeweest." | Na dat laatste ongeluk, op Mallorca, dit jaar, kreeg Monique weer macht over haar benen. "Ik lag op bed en plotseling kreeg ik allemaal schokjes. Alsof ik met kogeltjes werd beschoten. Plotseling voelde ik tintelingen in mijn voet. Dat was raar: want in mijn beleving bestonden mijn benen niet meer. Het was een wedergeboorte: ik kroop over de vloer en benoemde alles: tafel, stoel. Ik was ver weggeweest."
Na enkele maanden revalideren kon ze voorzichtig staan. "Ik ben nog honderden keren omgevallen. Niemand zag het en wist het. Staan was al verbijsterend en toen kwam de eerste stap. Ik had allang geaccepteerd dat ik nooit meer zou kunnen lopen. Ik had mijn leven op orde. Maar na een paar stappen wist ik: ik heb er alles voor over weer gewoon te kunnen lopen. Ook al ga ik een onzekere toekomst tegemoet." Monique is nu geen topsporter meer, want ze is geen paralympisch atlete meer nu ze kan lopen. "Maar ik krijg er iets voor terug dat onbetaalbaar is. Maar soms stap ik weer even in mijn rolstoel, dan ben ik sneller bij de winkel dan wanneer ik loop." Stiekum droomt Monique toch weer van sporten: "Mijn droom is te kunnen rennen. Als Jason Bourne in de film the Bourne Identity naar een nieuwe toekomst toerennen!" Bron: Volkskrant |

