Sint Maarten en Sinterklaas
Je kent Sint Maarten vast wel. Met lampionnen gaan kinderen langs de deuren van hun dorp of stad en zingen een liedje over Sint Maarten. Als beloning krijgen ze ieder een snoepje.
En als je Sint Maarten niet kent, dan ken je vast wel Sint Nicolaas, jou misschien beter bekend als Sinterklaas. In de Rooms katholieke Kerk zijn Sint Maarten en Sinterklaas heiligen. Sint komt namelijk van Sanctus, en dat betekent 'heilige' in het Latijn. Heiligen zijn mensen die op een inspirerende manier hebben laten zien dat ze in Jezus geloven. |
Sint Maarten
Sint Maarten werd in 316 geboren in Sabaria aan de Donau. Nu heet dat land Hongarije. Zijn vader was generaal in het Romeinse leger. Hij bewaakte daar de grens van Romeinse Rijk. Sint Maarten heette eigenlijk Martinus. Hij is vernoemd naar de Romeinse god van de oorlog: Mars.
Martinus vader werd overgeplaatst naar Pavia in Italië. Daar komt Martinus in aanraking met het christelijke geloof. Keizer Constantijn had namelijk net besloten de christenvervolging te stoppen en het christelijke geloof toe te staan. Martinus moest in het leger van zijn vader, maar dat wilde hij niet. Hij was in Jezus gaan geloven, en hij vond dat vechten niet paste bij het christelijke geloof. Hij vluchtte. Zijn eigen vader liet hem oppakken en zo moest Martinus gedwongen het leger in. | Sint Nicolaas
|
Zo kwam Martinus terecht als soldaat in Frankrijk. Op een koude dag kwam zijn legioen aan in Amiëns. Voor de poort zat een oude bedelaar zonder kleding. Martinus sneed zijn eigen mantel in tweeën en gaf de bedelaar de helft. Martinus zag in de bedelaar de Heer Jezus, die ook arm was en onbelangrijk was in de maatschappij. Lees hier wat Jezus zelf heeft gezegd over de zorg aan je medemens.
De 'pax Romana' (de vrede van de Romeinen) werd afgedwongen met het zwaard. De 'pax Christi' (de vrede van de Heer Jezus) is gebaseerd op liefde en barmhartigheid. Martinus besloot zich nu te laten dopen en officiëel christen te worden. Door je te laten dopen wordt je officiëel katholiek. Martinus verliet het leger en reisde rond om de mensen te helpen en over Jezus te vertellen. Uiteindelijk vroegen de mensen van Tours hem of hij bisschop wilde worden van die stad. Het Sint Maartenfeest met de lampionnen herinnert aan de bedelaars die langs de deuren gaan om eten en onderdak te vragen. Hier is de tekst van zo'n liedje: Sintemaarten, wat is het koud,
geef me een turfje of wat hout, of een vullisvaatje, dan ben je m'n beste maatje. Hier woont een rijke man, die veel geven kan. Veel zal hij geven, lang zal hij leven. Zalig zal hij sterven, de hemel zal hij erven. God zal hem lonen, met honderdduizend kronen. Met honderdduizend lichtjes aan, daar komt Sintemaarten aan. |